Duindorp

De wijk Duindorp, gelegen ten zuidwesten van Scheveningen-Haven wordt begrensd door de kust, de Houtrustweg, Nieboerweg, Laan van Poot en een denkbeeldige lijn dwars door het Westduinpark tussen de Laan van Poot en strandpaal nr. 104.

Ontwikkelingsgeschiedenis

In de duinen van het latere Westduinpark werd tussen circa 1915 en 1930 op een min of meer rechthoekig grondplan, grenzend aan het in 1888-1889 gegraven Afvoerkanaal, de woonwijk Duindorp aangelegd. Tot de wijk behoort ook nog een strook grond ten zuidwesten van de 3e Binnenhaven, dat in gebruik was bij het zendstation "Scheveningen Radio". In de punt tussen de Nieboerweg en de Laan van Poot lag het Juliana Kinderziekenhuis. 

Opvallend is de geïsoleerde ligging van de wijk in het duingebied. Het Afvoerkanaal vormt de scheiding met de vooroorlogse uitbreidingen van Scheveningen-Haven, terwijl de Bosjes van Poot Duindorp van de Vogelwijk scheiden. Deze uitzonderlijke ligging heeft een historische oorsprong. Tegelijkertijd met de vlak voor de Eerste Wereldoorlog ontwikkelde gemeentelijke saneringsplannen ten zuidwesten van de Keizerstraat werd ook naar uitbreiding gezocht om het woningtekort onder de Scheveningse bevolking op te heffen. Deze uitbreidingen werden tussen de beide wereldoorlogen gerealiseerd rond de havens en het aangrenzende deel aan de overzijde van het Afvoerkanaal, dat Duindorp ging heten. Een voorstel tot de bouw van 766 gemeentelijke woningwetwoningen aan de zuidwestzijde van het Afvoerkanaal werd op 6 juli 1914 door de gemeenteraad aangenomen. Onder de naam "complex Afvoerkanaal-West" werden hier in 1916-1917 de woningen van de Zeezwaluwhof, Meeuwenhof en Pluvierhof gerealiseerd. Deze in elkaars verlengde gelegen woningbouwcomplexen naar ontwerp van de gemeentearchitecten W. Greve en G. Albers behoren tot de vroegste gemeentelijke woningwetwoningen in Den Haag. De opzet bestaat telkens uit een om een hof gelegen binnenring van eengezinshuizen en een buitenring van beneden- en bovenwoningen. Met dit concept werd de laagstbetaalden een woonomgeving met meer lucht en ruimte geboden. De poortgebouwen waardoor men de binnenhoven kan betreden zijn een stedenbouwkundig middel om aan het geheel een gemeenschapszin bevorderende beslotenheid te geven. 

Al vrij snel werd ten zuidwesten van het "complex Afvoerkanaal-West" een van het Rijk aangekocht stuk duingrond geëgaliseerd en bouwrijp gemaakt. Dit deel van de wijk is tussen circa 1920-1930 tot stand gekomen. Ook hier werd voor de laagstbetaalden gebouwd. De kavels bestaan uit open bouwblokken met aaneengesloten bebouwing waarbij soms door het terugspringen van de rooilijn pleinvormige ruimten zijn gecreëerd.

In tegenstelling tot de hoofdzakelijk noordwest-zuidoost gerichte oriëntatie van het "complex Afvoerkanaal-West" is hier het stratenpatroon overwegend evenwijdig aan de kust. Een uitzondering vormt de diagonale loop van de Tesselsestraat. De hoofdader van de wijk, de Pluvierstraat, en de diagonale hoofdontsluiting van de Tesselsestraat bezitten een bredere aanleg dan de overige straten. Op de kruising van beide straten bevindt zich het enige plein van Duindorp, het Tesselseplein.

De openbare gebouwen zijn alle in het gebied tussen de Nieboerweg en Pluvierstraat gelegen met een concentratie aan de twee terreinen langs de Tesselsestraat en tussen de Doggersbankstraat en Breezandstraat.

Eén van de meest opvallende stedenbouwkundige kenmerken van de wijk is de grote mate van uniformiteit. Dit was het gevolg van het feit dat een groot deel van de woningen door de gemeente zelf is ontworpen en standaardisatie in de volkswoningbouw werd nagestreefd. De gemeentewoningen bestaan uit het "complex Afvoerkanaal-West" en de bebouwing tussen de Pluvierstaat en Wieringsestraat. Tussen de Pluvierstraat en de Nieboerweg is particuliere woningbouw gerealiseerd, die goed aansluit op de gemeentelijke woningbouw. Dit was mogelijk omdat ook de door particulieren uitgevoerde huizenblokken zijn gebouwd naar schetsontwerpen van de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting.

De hoogte van de bebouwing is gering: twee en drie bouwlagen. De wijk kent geen monumentale bebouwing of opvallende hoogteaccenten op de kruisingen van hoofdstraten. In de wijk zijn platte daken toegepast met uitzondering van de complexen langs het Afvoerkanaal en een rij huizen aan de zuidkant, die zijn voorzien van pannen daken van verschillende vorm.

Structurele en/of functionele veranderingen

De zuidwestelijke zijde van de Meeuwenhof werd oorspronkelijk ingenomen door een schoolgebouw. Dit is inmiddels vervangen door woningbouw die qua schaal en opzet goed past in de opzet van de hof. Ook de vervangende nieuwbouw langs de Breezandstraat en de uit 1953 daterende bebouwing van de Pluvierhof langs de Zeezwaluwstraat passen goed in de oorspronkelijke opzet.

De binnenhoven van de Zeezwaluwhof, Meeuwenhof en Pluvierhof zijn geheel of gedeeltelijk verhard. Oorspronkelijk waren hier plantsoentjes omgeven door hekjes en hagen aanwezig. Ingrijpende functionele veranderingen hebben zich in de wijk niet voorgedaan. De winkels zijn over de wijk verspreid; aan het Tesselseplein is een kleine concentratie van winkels en horeca.

Bebouwingsbeeld

De tussen omstreeks 1915-1930 gerealiseerde bebouwing van Duindorp wordt geheel ingenomen door arbeiderswoningen en enkele openbare gebouwen. Er is een afwisseling van eengezinshuizen, beneden- en bovenwoningen en portiekwoningen in respectievelijk één, twee of drie bouwlagen.

De portiekwoningen zijn langs de randen van de wijk en in de bredere straten gesitueerd. Dit type woning komt in de vooroorlogse bebouwing van het "complex Afvoerkanaal-West" niet voor. Hier worden de eengezinswoningen omsloten door beneden- en bovenwoningen.

De architectuur in Duindorp is eenvoudig. Hier en daar zijn invloeden van het Traditionalisme, de Amsterdamse School of Nieuwe Haagse School waarneembaar.

Met name de gemeentelijke woningwetwoningen worden gekenmerkt door een welbewuste uniforme architectuur, waarbij de stedenbouwkundige groepering een belangrijk element vormt. De drie hoven van het "complex Afvoerkanaal-West" zijn als zelfstandige architectonische eenheden opgezet. Karakteristiek zijn de risalerende gevelwanden aan de buitenzijde en de hoger opgetrokken poortgebouwen en hoekpaviljoens aan de binnenzijde. De als eerste gebouwde Zeezwaluwhof is in de details van portalen, poortdoorgangen en kapvorm afwijkend van de Meeuwenhof en Pluvierhof. Bijzondere aandacht is besteed aan de architectuur van de poortdoorgangen van de Meeuwenhof en de Pluvierhof. 

De gemeentelijke woningwetwoningen uit de jaren twintig tussen de Pluvierstraat en de Wieringsestraat, ontworpen door de gemeentearchitecten W. Greve en A. Pet, zijn zeer sober van vormgeving zonder bijzondere stilistisch kenmerken. Voor deze zogenaamde "woningen met zeer lage huurwaarde" werd door het toenmalige Ministerie van Arbeid een bijdrage verleend op voorwaarde dat zij sober uitgevoerd zouden worden.

Voor het architectuurbeeld betekende de renovatie van alle bouwblokken tussen de Pluvierstraat en de Wieringsestraat een grote verandering. Het schoon metselwerk dat deze wijk eens kenmerkte, is van een lichtgekleurde bepleistering voorzien.

Een meer uitgesproken stilistische uitwerking geven de schoolgebouwen langs de Tesselsestraat en Doggersbankstraat/Pluvierstraat te zien. Hier vallen met name de zorgvuldig gegroepeerde bouwmassa's en de geprononceerde vensterreeksen van de vleugels aan de Doggersbankstraat en Tesselsestraat 75 op. Vermeldenswaard is voorts de uit 1927 daterende zaalkerk op de hoek van de Nieboerweg en Tesselsestraat met invloeden van zowel de Amsterdamse als de Nieuwe Haagse School.

(Bron: Monumenten inventarisatieproject Den Haag 1850-1940. Den Haag 1992)

Schrijf je hier in voor de wekelijkse Nieuwsbrief.

Copyright © 2014. Aveco Licht, Geluid, LED All Rights Reserved.