Statenkwartier

STATENKWARTIER

Met de aankoop door mr. Adriaan Goekoop van 73 hectare duingrond in 1895 begon de aanleg van het Statenkwartier. Blijkens de transportakte bestond het terrein, dat deze grondeigenaar en bouwondernemer kocht , uit duingrond met opgaande bomen, bos, duinbos, woeste grond, weiland, geestgrond en water. Te zamen vormde dit ongerepte gebied het grootste deel van het huidige Statenkwartier.

Toen met de bouw van de Frederik Hendriklaan werd begonnen, was het aanvankelijk niet duidelijk of de daar in de toenmalige duinen neergezette nieuwbouw als een woninguitbreiding van Scheveningen of van Den Haag gezien moest worden.
Van hogerhand werd voor het eerste gekozen, zodat de nummering van de Frederik Hendriklaan vanaf Scheveningen rekent, en niet - zoals gebruikelijk - vanaf het centrum.

( Bron: Karel Wagemans en "het Statenkwartier in Oude Foto's" )


 

De wijk is gelegen in het noordwestelijk deel van Den Haag tegen Scheveningen. De grenzen zijn: Scheveningseweg, Eisenhowerlaan, Stadhouderslaan, Cornelis de Wittlaan, Houtrustweg, Westduinweg en Duinstraat.

Het deel ten westen van de Van Boetzelaerlaan heet Geuzenkwartier.

Ontwikkelingsgeschiedenis.

De uitbreiding van het Haagse stedelijke gebied richting Scheveningen kreeg in de jaren 1900-1915 zijn afronding met de aanleg van het Statenkwartier. Deze wijk was een vervolg op het vanaf 1893 tot stand gekomen Duinoord. Het stoomtramtrace (thans lijn 11) naar Scheveningen en de vanuit Duinoord om het landgoed Zorgvliet aangelegde Stadhouderslaan, zijn bepalend geweest voor de opzet van de wijk. Het aan het einde van de 19de eeuw gegraven Verversingskanaal -thans Afvoerkanaal geheten- vormde de harde westelijke grens van het te bebouwen duingebied.

Ir. I.A. Lindo ontwierp een waaiervormig stratenplan waarin een aantal zuidoost-noordwest radialen (de Willem de Zwijgerlaan, de Statenlaan, de Prins Mauritslaan en de Johan van Oldenbarneveltlaan) de verbinding tussen de Stadhouderslaan en de langs het tramtracé aangelegde Van Boetzelaerlaan tot stand brachten. De Frederik Hendriklaan en de Frankenslag waren de belangrijkste dwarsassen door dit raamwerk. Het radiale stratenpatroon bracht een groot aantal pleinvormige kruisingen met zich mee zoals de kruising Frederik Hendriklaan/ Johan van Oldenbarneveltlaan/ Frankenslag.

In Lindo's plan kwamen drie pleinen voor: het Prins Mauritsplein, het Statenplein en de grootste van de drie: het Frederik Hendrikplein.

De noordoostelijke en zuidoostelijke randen van de nieuwe wijk kregen een open bebouwing met villa's en kort geschakelde herenhuizen. De meeste villa's aan de Scheveningseweg waren vlak voor de totstandkoming van de wijk gebouwd en vormden een lintbebouwing met eenzelfde functie als het er tegenover gelegen Van Stolkpark, namelijk luxe buiten wonen tussen de opkomende badplaats Scheveningen en de oude stad. Langs de Stadhouderslaan (later Eisenhowerlaan), gelegen tegenover het nog ongerepte Zorgvliet, werd deze bebouwing voortgezet. De overige straten van de nieuwe wijk kregen een gesloten bebouwing van over het algemeen grote herenhuizen, bestaande uit twee bouwlagen met een kapverdieping of drie lagen met een plat dak. Het deel ten oosten van de Statenlaan kreeg meer groen in de vorm van voortuinen dan het deel ten westen van deze hoofdas. Een forse laanbeplanting in een brede middenstrook kregen de Stadhouderslaan en Van Boetzelaerlaan en de brede radialen daartussen.

‘Kijkgroen’ in de vorm van plantsoenen werd aangelegd op de eerder genoemde drie pleinen. Langs de Haagse Beek, die de grens vormde met Duinoord, kwam een groenstrook die men wel kon betreden.

Wat de functies betreft is het wonen verreweg de belangrijkste in het Statenkwartier. Daarbij valt een hierarchie waar te nemen: de grootste huizen vindt men aan de randen, de brede hoofdassen en aan de pleinen. Middenstandswoningen komen in de zijstraten voor waarbij er een vereenvoudiging in type en architectuur optreedt naar mate men meer in het westelijke deel komt. In het Geuzenkwartier zijn veel beneden- en bovenwoningen en vroege voorbeelden van portiekwoningen.

In de omgeving van het Van St. Aldegondeplein bestaat de bebouwing uit kleine huizen van één bouwlaag met een kap.

In aansluiting op de Valeriusstraat in Duinoord ontwikkelden de Aert van der Goesstraat en de Frederik Hendriklaan zich tot de winkelstraten van het Statenkwartier met haaks op deze as de Willem de Zwijgerlaan als secundair winkelgebied.

Andere functies komen in het Statenkwartier van voor de Tweede Wereldoorlog weinig voor. Schoolgebouwen zijn op ondergeschikte plaatsen in woonstraten gesitueerd met uitzondering van het prominent aan de Stadhouderslaan gelegen Johan de Witt College (1902). Een ander opvallend feit is het geringe aantal kerkgebouwen; deze zijn tegen de rand van de wijk gebouwd.

Structurele en/of functionele veranderingen.

De aanleg van een tankgracht in de Tweede Wereldoorlog, onderdeel van de ‘Vesting Scheveningen’, betekende een definitieve breuk tussen de wijken Duinoord/ Zorgvliet en het Statenkwartier. Een groot deel van de villa's van Zorgvliet en de huizen in de omgeving van het Stadhoudersplantsoen viel aan de Duitse plannen ten offer. Bij de wederopbouw zijn het woonkarakter en de stedenbouwkundige structuur van deze aan het Statenkwartier grenzende gebieden niet hersteld. Van het Basisplan Stadhoudersplein-Scheveningsche Boschjes van W.M. Dudok uit 1947 is alleen het eerste deel tussen de Houtrustbrug en de Stadhouderslaan uitgevoerd. Het ‘Cultuur Centrum’ dat Dudok voor Zorgvliet had bedacht, heeft het niet gehaald.

Van de kaalslag werd profijt getrokken voor het verbeteren van de verkeersafwikkeling, met name in de verbinding oost-west, en de bouw van kantoren. Strokenbouw met flats verrees aan de Duinoordse zijde en in de as van de Prins Mauritslaan bouwden J.J.P. en H.E. Oud het Nederlands Congresgebouw (1956-1969). Thans vormen de President Kennedylaan met de evenwijdig daaraan gebouwde kantoren en de Johan de Wittlaan met het Congresgebouwgebied een ruimtelijke en visuele barrière.

Deze ontwikkeling is van grote invloed geweest op de rand van het Statenkwartier, met name op de Eisenhowerlaan, de Van Oldenbarneveltlaan en de Scheveningseweg. Veel villa's maakten plaats voor kantoorgebouwen of werden verbouwd tot kantoor. De bouw van verzorgingstehuizen leverde ook een bijdrage in het schaalvergrotingsproces, waarbij veel tuinen tot parkeerplaatsen werden getransformeerd. De bomen in de middenstroken van de Van Oldenbarneveltlaan, de Eisenhowerlaan en de Prins Mauritslaan kwamen onder sterke druk te staan door het toenemende parkeren. De structuur van de wijk zelf is nagenoeg ongewijzigd.

(Bron: Monumenten inventarisatieproject Den Haag 1850-1940. Den Haag 1992)

Schrijf je hier in voor de wekelijkse Nieuwsbrief.

Copyright © 2014. Aveco Licht, Geluid, LED All Rights Reserved.